In deze module wordt intensieve doelgerichte hulp aan de ouders gegeven, in combinatie met tijdelijke – soms gedeeltelijke - uithuisplaatsing van hun kind(eren). Aan de hand van een hulpverleningsplan wordt geprobeerd om de gezinssituatie zo snel mogelijk weer leefbaar te maken, zodat de kinderen weer thuis kunnen gaan wonen. De plaatsing dient zo kort mogelijk te zijn. Er wordt hard gewerkt om zo snel mogelijk (binnen zes maanden), aan alle partijen duidelijkheid te geven over het toekomstperspectief van de kinderen. In deze periode worden alle belangen afgewogen. Soms wordt duidelijk dat een kind niet meer door zijn/haar biologische ouders opgevoed kan worden. Een langdurende plaatsing in een pleeggezin komt dan in zicht. De hulpverleningsvariant kan zowel in vrijwillig, als in een justitieel kader (ondertoezichtstelling) uitgevoerd worden. De ouders behouden bij deze hulpverleningsvariant het gezag (bij een OTS-plaatsing is dit echter wel beperkt) en spelen een grote rol. Ze hebben een omgangsrecht en behouden een duidelijke plaats in het leven van het kind. U biedt uw pleegkind een tijdelijk thuis en werkt intensief samen met de hulpverleners en ouders. U hebt regelmatig contact met de ouders. U observeert uw pleegkind en brengt rapport uit. Wanneer een crisis vooraf gaat aan de plaatsing, moet u ‘op afroep’ beschikbaar zijn en een kind zonder veel voorinformatie in uw gezin kunnen opnemen. Wanneer geen herstel meer te verwachten valt in de situatie binnen het gezin van herkomst van uw pleegkind, wordt door (gezins)voogdij-instelling of rechter besloten de hulpverleningsvariant om te zetten in een opvoedingsvariant. Het kind wordt voor langere tijd uithuisgeplaatst en kan mogelijk nooit meer thuis wonen. Doel van de opvoedingsvariant is de opbouw van een nieuwe, stabiele opvoedingssituatie. Bij een ondertoezichtstelling (OTS) worden ouders beperkt in hun gezag over hun kind. In een hulpverleningsplan worden deze beperkingen genoemd. Wanneer uw pleegkind met een voogdijmaatregel bij u geplaatst wordt, is het gezag van de ouders overgenomen door de voogd. De ouders en uw pleegkind behouden het recht op omgang met elkaar. Het belang van uw pleegkind staat hierbij voorop. Van u wordt verwacht dat u uw pleegkind ‘zo gewoon mogelijk’ verzorgt en opvoedt, maar ook dat u oog houdt voor zijn/haar specifieke positie. Het belang van uw pleegkind gaat boven uw belang en het belang van de ouders, ook wanneer het beter gaat met de ouders. Uw ambulant hulpverlener zal u ondersteunen. De inhoudelijke rol van ouders binnen de opvoedingsvariant kan variëren van een vorm van gedeeld opvoederschap tot een beperkt contact in de vorm van een begeleide bezoekregeling, afhankelijk van de mogelijkheden van de ouders. De invulling van de omgang wordt per situatie samen met ouders, pleegouders, casemanager/(gezins-)voogd, ambulant hulpverlener en pleegkind( 12+) beoordeeld en afgesproken.
|