|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
 |
Wanneer de ouder zichzelf ongeschikt of onmachtig acht (of wordt geacht) om zijn/haar kind op te voeden en te verzorgen kan hij/zij, zijn/haar gezag overdragen, mits dit in het belang van het kind is. De ouder geeft vrijwillig de zeggenschap over zijn/haar kind uit handen en wordt ontheven uit het ouderlijk gezag/voogdij. Het is niet van belang wat de oorzaak van de ongeschiktheid is. Zij mag echter niet van duidelijk tijdelijke aard zijn. Wanneer het kind al in een pleeggezin was geplaatst, wordt een eventuele vrijwillige plaatsing of OTS plaatsing omgezet in een voogdijplaatsing.
|
 |
|
|
|
 |
In principe worden ouders uitsluitend uit hun ouderlijke macht ontheven, als zij hieraan vrijwillig meewerken. In een enkel geval kan de ontheffing gedwongen plaatsvinden:
|
 |
|
|
|
 |
 |
Na een ondertoezichtstelling van minimaal zes maanden of een uithuisplaatsing van minimaal achttien maanden, als gevreesd moet worden dat de bedreiging van de belangen van het kind onvoldoende kunnen worden afgewend; |
 |
Als de ene ouder ontzet is en de kinderen niet bij deze ouder zijn weg te houden zonder de ontheffing van de andere ouder. |
 |
Als de ouder met gezag zodanig geestelijk gestoord is dat hij/zij, zijn/haar wil niet kan verklaren; |
 |
Als u het blokkaderecht succesvol hebt toegepast en de terugkeer van uw pleegkind naar zijn ouder (nog steeds) ernstig nadeel voor hem zal opleveren. |
|
 |
|
|
|
 |
De rechter kan de ouders uit het ouderlijke gezag of de voogdij ontzetten, als hij van mening is dat het in het belang van het kind noodzakelijk is. Dit gebeurt bij misbruik van het gezag, grove verwaarlozing van het kind, slecht levensgedrag van de ouder of een onherroepelijke veroordeling wegens bepaalde ernstige (pogingen tot) misdrijven jegens het kind. Ook het in ernstige mate veronachtzamen van aanwijzingen van een gezinsvoogdij-instelling in het kader van een ondertoezichtstelling of de serieuze dreiging dat de ouder het kind uit het pleeggezin weg zal halen, zijn redenen om een ouder te ontzetten. De vrijwillige plaatsing of OTS plaatsing wordt omgezet in een voogdijplaatsing.
|
 |
|
|
|
 |
De kinderrechter kan besluiten dat een kind onder toezichtgesteld wordt, nog voor of tijdens een onderzoek naar de ouders van het kind. Dit kan alleen in zeer acute situaties. Deze voorlopige ondertoezichtstelling (V-OTS) wordt uitgesproken voor maximaal 3 maanden. In deze periode wordt onderzocht of een OTS noodzakelijk is. Meestal zal samen met de machtiging voor V-OTS, ook een machtiging voor uithuisplaatsing (voor maximaal 3 maanden) worden afgegeven. Het kind kan dan in een pleeggezin geplaatst worden. De Raad of de ouders zijn bevoegd om een V-OTS aan te vragen. U kunt zelf ook een verzoek tot V-OTS aanvragen bij de kinderrechter. Als de OTS wordt afgewezen, vervalt ook direct de machtiging voor V-OTS en hebben de ouders het gezag volledig terug.
|
 |
|
|
|
 |
De kinderrechter kan besluiten dat een kind onder voogdij gesteld wordt, nog voor of tijdens een onderzoek naar de ouders van het kind. Dit kan alleen in zeer acute situaties. De voorlopige voogdij wordt uitgesproken voor maximaal 3 maanden. De voogdij-instelling wordt aangewezen als voorlopige voogd. In deze periode wordt onderzocht of een voogdij noodzakelijk is. Meestal zal samen met de machtiging voor voorlopige voogdij, ook een machtiging voor uithuisplaatsing (voor maximaal 3 maanden) worden afgegeven. Het kind kan dan in een pleeggezin geplaatst worden. De Raad of de ouders zelf zijn bevoegd om een verzoek tot voorlopige voogdij aan te vragen. U kunt zelf ook een verzoek tot voorlopige voogdij aanvragen bij de kinderrechter. Als de voogdij wordt afgewezen, vervalt ook direct de machtiging voor voorlopige voogdij en hebben de ouders het gezag volledig terug.
|
 |
|
|
|
 |
Als het tijdelijk onmogelijk is voor de ouder(s) om hun gezag uit te oefenen, kan de voogdij tijdelijk door de rechter toegewezen worden aan een ander.
|
 |
|
|
|
 |
Er kunnen zich situaties voordoen waarbij uw pleegkind een conflict heeft met zijn wettelijke vertegenwoordiger (ouder of voogd(ij-)instelling), maar wel afhankelijk van hem is voor de wettelijke beslissingen of handelingen. Hij kan dan zelf een verzoek indienen bij de kantonrechter met de vraag om een bijzondere curator (bijvoorbeeld u of een advocaat) te benoemen. Deze curator moet meerderjarig zijn en mag niet zelf onder curatele staan. Ook u, als pleegouder, mag dit verzoek doen namens uw pleegkind. Wanneer het verzoek wordt gehonoreerd, neemt de bijzondere curator de bevoegdheden over van de ouders of voogd(ij-instelling). Deze bijzondere curator vertegenwoordigt uw pleegkind dan ‘als ware hij zijn wettelijke vertegenwoordiger’. Bijvoorbeeld als bemiddelaar tussen uw pleegkind en zijn ouders of voogd(ij-instelling), of om een rechtszaak aan te spannen namens uw pleegkind. Hij kan ook optreden in een conflict waar zijn ouders niet kunnen of willen optreden. De taak van de bijzondere curator stopt wanneer de betreffende situatie is opgelost of afgehandeld.
|
 |
|